Druk om te zoeken
 |  FAQ  |  Gedetailleerd zoeken  |  Mijn BIVV
 
Home > Veilig rijden >  Verkeerstips
Verkeerstips
 Gedrag & Educatie
 
Afstand houden - de "tweesecondenregel"
 

De "tweesecondenregel" is een eenvoudig hulpmiddel om voldoende afstand te houden in het verkeer. Hoe ga je daarvoor te werk?
Neem een herkenningspunt langs de weg (een verlichtingspaal, een huis,...) en tel twee seconden (een-en-twintig, twee-en-twintig) vanaf het moment dat je voorligger dit punt voorbijrijdt. Kom je zelf voorbij het herkenningspunt als je nog aan het tellen bent, dan rij je te dicht achter je voorligger. Vertraag!  Wanneer het regent, tel je er nog een seconde bij. Op een nat wegdek is je remafstand immers langer!

 
Weersomstandigheden - Aangepaste rijstijl bij nat wegdek.
 

Als het regent dient je je rijstijl aan te passen. Eerst en vooral moet je minder snel gaan rijden om zo het gevaar op slippen te verminderen. Als je immers op een nat wegdek bruusk moet remmen, kunnen de wielen van je auto gemakkelijk blokkeren en is de kans op aquaplaning reëel.
Een auto met ABS maakt het je gemakkelijker om de controle over het stuur te behouden en stelt je meer in staat om eventuele hindernissen te ontwijken. Bij wagens die niet met ABS zijn uitgerust, is pompend remmen de boodschap; anders ga je aan het slippen voor je het zelf beseft.
Hou bij regenweer in ieder geval nog meer afstand tot je voorligger dan bij droog weer.

 
Kinderen in het verkeer - Tips voor ouders.
  Als je je kind naar school brengt met de wagen...
  • Laat je kind aan de kant van de school op het trottoir in- of uitstappen. Parkeer liever op enige afstand van de schoolpoort en laat je kind over het trottoir aan dezelfde kant verder stappen. Ga niet in een dubbele rij parkeren of stilstaan.
  • Leer je kind altijd de veiligheidsgordel om te doen. Combineer voor kinderen vanaf 3 à 4 jaar (ongeveer 18 kg) de gordel met een verhogingskussen. Zorg ervoor dat vastklikken een gewoonte wordt, zodat je er ook op kan rekenen dat je kind zich spontaan vastmaakt als het met anderen meerijdt.
  • Doe zelf altijd je gordel om: het is moeilijk je kind te verplichten zich vast te klikken als je dit zelf niet doet.
  • Gebruik het kinderslot.
  • Bus, tram, trein en metro: probeer ze eens uit met de kinderen. Het openbaar vervoer is een veilige vervoerswijze en voor kinderen vaak een aantrekkelijk avontuur.

Als je kind te voet of met de fiets naar school gaat...
  • Leer je kind dat zien niet gelijk is aan gezien worden. Het is niet omdat je kind zelf een auto ziet, dat de bestuurder je kind ook gezien heeft.
  • Kies kleurrijke kledij (rood, oranje, geel) zodat je kind opvalt in het verkeer. Zeker voor de winter zijn heldere jassen met reflecterende strips ideaal.
  • Leer je kind dubbel zo goed op te letten in de buurt van parkings. Bestuurders die achterwaarts hun parkeerplaats uitrijden, zien je kind vaak niet.
  • Weeg goed af of je kind reeds zelfstandig naar school kan stappen of fietsen. Is het vaardig genoeg om de schoolweg veilig af te leggen? (Kinderen van minder dan 8 à 9 jaar zijn niet in staat om efficiënt op alle verkeerssituaties te reageren. Dat blijkt uit studies.)
  • Kies zorgvuldig en oefen de route die het kind alleen zal volgen. De kortste route is niet altijd de veiligste!
  • Controleer in de loop van het schooljaar af en toe of het nog steeds goed gaat.
  • Geef zelf altijd het goede voorbeeld.
 
Kinderen in het verkeer - Tips voor bestuurders.
 
  • De reacties van kinderen zijn onvoorspelbaar: wees extra voorzichtig in de buurt van een school of een plaats waar veel kinderen komen.
  • Matig je snelheid telkens als je in de buurt van een school komt of nabij een plaats waar veel kinderen komen.
  • Vertraag onmiddellijk wanneer je een kind langs de weg opmerkt. Enkele tellen later kan het kind zich immers op jouw traject bevinden.
  • Sla je af aan een kruispunt, vergeet dan niet dat fietsers die rechtdoor rijden voorrang hebben. Hetzelfde geldt voor voetgangers die de straat oversteken.
  • Vermijd een bus of tram aan een halte voorbij te rijden. Kinderen (en volwassenen) kunnen immers net voor de bus of tram de straat oversteken en plots voor je auto opduiken.
  • Hou bij het voorbijrijden van fietsers minstens één meter afstand. Vooral wanneer het om kinderen gaat, neem je echter best wat meer afstand, want zij durven nogal eens onverwachts uitwijken.
  • Maak nooit rechtsomkeer of voer nooit andere complexe manoeuvres uit nabij een school of een plaats waar veel kinderen komen.
 
Ongeval met gekwetsten - Hoe de hulpdiensten alarmeren ?
  Hoe alarmeer je de hulpdiensten?
Bel 100 (Belgisch noodnummer) of 112 (Europees noodnummer). Langs grote wegen kun je ook de praatpalen gebruiken (gewoon de knop indrukken om verbinding te krijgen met de centrale).
1. Meld wat er gebeurd is: welk soort ongeval, omschrijf de situatie
2. Waar het gebeurd is (probeer zo nauwkeurig mogelijk te zijn)
3. Hoeveel slachtoffers er zijn
4. Over hoeveel kinderen, volwassenen of bejaarden het gaat
5. Het aantal bewusteloze slachtoffers
gerelateerd materiaal    
top 
 Gordel, Zitjes & Helm
 
Kinderen in de auto - Voorin of achterin ?
 

Mogen kinderen voorin zitten?

Ja. Kinderen mogen op elke leeftijd voorin plaatsnemen, op voorwaarde dat ze worden vastgeklikt zoals de wet het voorschrijft. Eén beperking: het is verboden om een kind in een autozitje tegen de rijrichting in te plaatsen, op een plaats die uitgerust is met een frontale airbag, tenzij deze ontkoppeld is.

Algemene regel voorin en achterin: Kinderen (jonger dan 18 jaar) die kleiner zijn dan 1,35m moeten vervoerd worden in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem.

Kinderen vanaf 1,35 m moeten meereizen in een voor hen geschikt beveiligingssysteem, of moeten de veiligheidsgordel dragen.

 
Veiligheidsgordel - De juiste reflex.
  De gordel, de juiste reflex
Formule 1-piloten doen het, als je in het vliegtuig zit doe je het, dus is er geen enkele zinnige reden waarom je ook in de auto de gordel niet zou vastklikken.
Het dragen van de veiligheidsgordel verdubbelt trouwens je overlevingskansen bij een auto-ongeluk. Dat is bewezen. De gordel is hét middel bij uitstek is om je bij een ongeval te beschermen.
Achterin de auto biedt de gordel trouwens evenveel bescherming voorin. Toch zijn er maar weinig bestuurders die erop letten dat ook de passagiers achterin zich veilig vastklikken.
Een persoon die niet is vastgeklikt, verandert bij een frontale botsing met een snelheid van 50 km/h in een dodelijk projectiel van zo'n 2,5 ton, en 3 ton bij 70 km/h. Reden genoeg dus om als bestuurder en passagier altijd de gordel te dragen!
gerelateerd materiaal    
top 
 Alcohol, Drugs & Geneesmiddelen
 
Geneesmiddelen - Sommige geneesmiddelen kunnen een gevaarlijke invloed op het rijgedrag hebben.
 

Alcohol en drugs zijn uit den boze wanneer je moet rijden, dat weet iedereen. Dat je best niet achter het stuur kruipt wanneer je een kalmeringsmiddel of slaappil hebt genomen, is doorgaans ook geweten. Maar wist je ook dat sommige - op het eerste zicht onschuldige - geneesmiddelen dezelfde gevaarlijke invloed op het rijgedrag hebben? Hierbij gaat het vooral om hoestsiropen, antihistaminica, hongerremmers en dergelijke.
Lees daarom altijd de bijsluiter van het medicament dat je neemt. Raadpleeg altijd je arts of apotheker indien je twijfelt.

gerelateerd materiaal    
top 
 Aandacht & Vermoeidheid
gerelateerd materiaal    
top 
 Infrastructuur
 
Pechstrook - Enkel gebruiken als de nood het hoogst is.
 

Zoals de naam al aangeeft, mag je de pechstrook enkel gebruiken als de nood het hoogst is: bij pech, bij een ongeval of indien je plots onwel wordt. In elk geval moet je trachten de pechstrook zo snel mogelijk te verlaten.
Maneuvreer de auto zo rechts mogelijk op de pechstrook en laat daarbij alle richtingaanwijzers tegelijk werken.
Eenmaal de auto tot stilstand gebracht, laat je de passagiers aan de rechterkant uitstappen en zo snel mogelijk achter de stootbanden plaatsnemen. Een ongeluk is ook hier gauw gebeurd.
Zet onmiddellijk je gevarendriehoek op zo'n 100 meter van de auto. Nadat je deze voorzorgsmaatregelen hebt genomen, verwittig je de hulpdiensten via een praatpaal of GSM.

gerelateerd materiaal    
top 
 Rijopleiding & Rijbewijs
gerelateerd materiaal    
top 
 Snelheid
 
Snelheid - De remafstand.
  Niemand ontsnapt aan de wetten van de fysica. De remafstand is gelijk aan de afstand afgelegd door je voertuig vanaf het moment dat je begint te remmen tot het moment dat je wagen effectief tot stilstand is gebracht. Met een snelheid van 80 km/h bedraagt je remafstand bijvoorbeeld 32 meter en dit onder optimale omstandigheden (droog wegdek, remmen en banden in goede staat). Daarenboven moet je bij deze remafstand ook nog de reactieafstand bijtellen, de afstand die je aflegt vooraleer je reageert.
 
Snelheid - Waarom snel rijden gevaarlijk is.
 

Er is meer dan één reden waarom snel rijden gevaarlijk is. We sommen ze even op:

  • Hoe sneller je rijdt, hoe minder tijd je hebt om eventuele hindernissen waar te nemen, te voorzien en er adequaat op te reageren. Je loopt meer risico om fouten te maken en de fouten van anderen niet meer te kunnen compenseren.
  • Hoe hoger je snelheid, hoe langer je stopafstand. Je stopafstand is de som van de afstand die je aflegt voor je begint te remmen (je reactieafstand) plus je remafstand.
  • Bij een ongeval hangt de omvang van de schade en de ernst van de verwondingen af van je impactsnelheid, te vergelijken met een vrije val uit een gebouw. Zo komt een botsing bij 120 km per uur overeen met een val van de negentiende verdieping en bij 90 km per uur overeen met een val van de elfde verdieping!
gerelateerd materiaal    
top 
 Techniek
 
Lading en remafstand - De wetten van de fysica.
 

Wanneer je leert rijden, heb je behalve je instructeur geen andere personen in de wagen. In het echte verkeer gebeurt het meermaals dat je meerdere passagiers vervoert. Ook hier ontkom je niet aan de wetten van de fysica: een wagen met 4 inzittenden reageert namelijk anders dan een wagen met 2 inzittenden. Volgens de wetten van de kinetische energie, heeft een wagen die zwaar geladen is een langere remafstand dan een wagen zonder lading of passagiers.
Hoe zwaarder de lading, hoe meer je wagen in de bochten onderhevig is aan de wetten van de middelpuntvliedende kracht. Die duwt je auto vanuit het middelpunt van de bocht naar buiten, zodat je riskeert de controle over het stuur te verliezen en uit de bocht te gaan.

 
ABS - Helpt je de controle over je voertuig te behouden.
 

Techniek is iets moois, maar niet altijd blindelings te vertrouwen.
Wanneer je bruusk moet remmen, bijvoorbeeld, zal je dankzij ABS de controle over het stuur niet verliezen en een eventueel obstakel kunnen ontwijken.
Maar ook hier schuilt een addertje onder het gras: bestuurders van een wagen met ABS nemen soms meer risico's dan anderen en worden zo verrast door de wetten van de fysica en de beperkingen van de techniek.
ABS helpt je de controle over je voertuig te behouden, niet om de remafstand in te korten!

gerelateerd materiaal    
top 
 Vrachtwagens & Beroepsvervoer
gerelateerd materiaal    
top 
 Wetgeving & Handhaving
 
Verkeerstekens, verkeersregels en bevelen - De rangorde ?
  Het verkeer wordt geregeld door:
  • verkeersregels,
  • verkeerstekens (borden, lichten en wegmarkeringen),
  • bevelen van bevoegde personen.
Het kan gebeuren dat deze drie elementen gecombineerd aanwezig zijn. Daarom werd een rangorde opgesteld:
  • Helemaal onderaan staan de verkeersregels.
  • De verkeerstekens gaan boven de verkeersregels: zo wordt de regel "rechts heeft voorrang" teniet gedaan door de verkeersborden betreffende de voorrang.
  • De verkeerslichten gaan op hun beurt boven de voorrangsborden. Je moet de voorrangsborden echter wel naleven worden als het oranjegele knipperlicht brandt (alleen geplaatst, of alleen werkend in een driekleurig verkeerslicht), of indien er lichten boven de rijstroken aangebracht zijn (groene pijl, rood kruis).
  • Helemaal bovenaan de rangorde staan de bevelen van bevoegde personen: als het licht voor jou op groen staat maar een politieman je teken geeft om te stoppen, dan moet je dat natuurlijk doen!
 
Boorddocumenten - Wat moet je zeker bij je hebben ?
  Een kleine quizvraag: welke boorddocumenten moet je als autobestuurder steeds bij je hebben om volledig in orde te zijn? Antwoord:

1. je identiteitskaart,
2. je rijbewijs,
3. het inschrijvingsbewijs (= de identiteitskaart van de wagen),
4. het verzekeringsbewijs (groene kaart),
5. het eenvormigheidsattest (document dat de wagen vergezelt tot hij naar de sloper gaat),
6. het bewijs van technische keuring (voor wagens van vier jaar en ouder).
gerelateerd materiaal    
top 
 Zwakke weggebruikers
gerelateerd materiaal    
top 
   
top 
> Legal Disclaimer © BIVV, 1995-2003, All rights reserved. Powered by DAD